

0:00
0:002:47
Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Spatie = play/pauze · pijlen = vorige/volgende zin · klik op een zin om daar te starten
Woordenschat
plafond
ceiling
schrikt
is startled
belangrijk
important
gevaar
danger
winkel
store
veilig
safe
begrijpt
understands
slecht
bad
blij
happy
hangt
hangs
Zs, de melder. Jan heeft een huis. Het huis is groot. Jan woont in het huis met zijn vrouw.
De vrouw heet Maria. In het huis is een melder. De melder is wit. De melder hangt aan het plafond.
De melder is belangrijk. De melder ruikt gevaar. Gevaar is slecht. Jan kijk naar de melder.
Maria, wat is dat? Zegt Jan. Maria kijk het ook. Dat is een melder, zeg Maria.
De melder is goed. De melder maakt een geluid. Peep, peep, peep. Jan schrikt. Maria schrikt ook.
0:000:00 / 2:47
Zs, de melder. Jan heeft een huis. Het huis is groot. Jan woont in het huis met zijn vrouw.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze